Als je hebt gehoord dat je baby in je buik is overleden, stort je hele wereld in. Alles waar je zo naar had uitgekeken wordt zwart. Verwachtingsvol uitkijken naar een nieuw leven slaat om in angst en verdriet. Je hebt vragen als “Wat staat ons nu te wachten?” en “Welke mogelijkheden hebben we?”

De komende uren en dagen krijg je namelijk nooit meer terug. Het is daarom belangrijk dat je doet wat voor jou het beste voelt. Jouw gevoel moet daarbij de leidraad zijn. Als ouder kun je in veel gevallen mee beslissen over wat er gebeurt en wanneer.

Je baby is in de buik overleden

Sommige moeders voelen aan dat er iets mis is. Ze voelen geen of minder leven, maken zich zorgen en vragen de verloskundige om een extra controle. Soms komt het slechte nieuws tijdens een reguliere controle en sta je er helemaal niet bij stil dat er iets niet goed zou kunnen zijn. Wanneer je verloskundige geen hartslag kan vinden, word je altijd doorgestuurd naar een ziekenhuis. Alleen een arts mag namelijk officieel vaststellen dat je baby is overleden. Dat zal gebeuren met behulp van een echo. Er zal worden gekeken of er bijzonderheden te zien zijn en of de oorzaak van het overlijden direct te vinden is. De baby zal opgemeten worden en er zal urine en bloed worden afgenomen van de moeder. Vaak kunnen ze je nu nog niet vertellen wat de oorzaak van het overlijden is. Na de bevalling kun je kiezen voor verder onderzoek van je baby en de placenta.

Meestal mag je hierna weer naar huis. Dit doen ze niet voor niets, het is belangrijk om te wennen aan het idee dat je baby niet meer leeft en dat je op korte termijn zal moeten bevallen. De artsen hebben goede (medische) redenen om niet overhaast in te leiden of een onnodige keizersnede uit te voeren.
Deze tijd zou je ook kunnen gebruiken om alvast praktische zaken te regelen, zoals het maken van een mooi plekje als je je baby mee naar huis wilt nemen, nadenken over begraven of cremeren of het zoeken naar een (gespecialiseerde) uitvaartverzorger. Zie verder de hulpkaart dagen tot de uitvaart.

De bevalling

De artsen zullen met je bespreken wanneer en op welke manier je gaat bevallen. Je zal in de meeste gevallen ingeleid worden. Je krijgt daarvoor geen infuus maar weeën-opwekkers die je als pil of als vaginale zetpil krijgt. Soms vragen ze je of je de vaginale zetpil zelf wilt inbrengen. Dit verschilt per patiënt en per ziekenhuis. Vaak vragen ze om in de dagen voor de bevalling thuis al medicatie in te nemen om de baarmoedermond week te maken. Dat kun je als een moeilijke stap ervaren, omdat je daarmee de pijnlijke weg van afbreking definitief ingaat. Als je al eerder een keizersnede hebt gehad, geven ze deze medicatie vaak in iets lagere dosis. Hierdoor kan het langer duren voordat je kindje geboren wordt. Je mag niet meer naar de toilet, maar moet op de po plassen omdat je kindje zich ineens aan kan dienen.
Elke drie uur zal je weeënopwekkers krijgen totdat de weeën goed doorzetten. Wanneer de weeën beginnen en hoe lang de bevalling uiteindelijk gaat duren is niet te zeggen. Soms verliezen de weeën aan kracht en moet er vaak medicatie worden toegediend.

Je kunt altijd om pijnbestrijding vragen. Dat kan een ruggenprik zijn of morfine-injecties. Houd er wel rekening mee dat je van morfine wat suffig kunt worden en je er dus misschien niet helemaal bij bent als de baby geboren wordt. Een ruggenprik wordt gezet door een anesthesist en die moet eerst nog opgeroepen worden. Het kan even duren voordat hij er is. Als de bevalling bijna voorbij is, zullen ze geen ruggenprik meer zetten. Geef het dus op tijd aan als je pijnstilling wilt en houdt er rekening mee dat ze het afhankelijk van de fase van de bevalling kunnen weigeren.

Bij een vroegtijdige bevalling is er een grote kans dat de placenta niet loskomt en die operatief verwijderd moet worden. Deze wordt onder narcose verwijderd en daarvoor moet je naar de O.K. en blijft je baby op de afdeling. Je kunt vragen of de vader bij de baby kan blijven zodat je die niet alleen achter hoeft te laten

In de eerste fase van de bevalling zul je nog goed aanspreekbaar zijn en kun je dus ook goed aangeven bij de verpleegkundige wat je wensen zijn. We hebben voor je op een rijtje gezet waar je aan zou kunnen denken:

  • Wie is er bij de bevalling aanwezig?
  • Speciale wensen t.a.v. houding (bed, baarkruk, skippybal) en weeën (douche, bed, bad, muziek, licht)
  • Pijnbestrijding
  • Wat verwacht je van de zorgverleners (verloskundige, gynaecoloog, verpleegkundige of kraamverzorgers)?
  • Foto’s en video
  • Je baby na de geboorte wel of niet direct zien
  • Je baby na de geboorte direct op je buik/borst
  • Je baby aankleden
  • Je baby wassen
  • Doorknippen navelstreng
  • Bezoek na de bevalling
  • Placenta bekijken/ bewaren
  • Zijn er nog andere dingen die belangrijk zijn voor de zorgverleners om te weten?
  • Contact met broertjes/zusjes. Wanneer wil je dat anderen jouw kindje zien? Onder welke condities?

Deze punten staan ook op deze hulpkaart.

Zo klein, zo nieuw, zo welkom

Als een baby wordt geboren, heten we de baby welkom in dit leven. Als mensen overlijden, nemen we afscheid. Als geboren worden en overlijden op hetzelfde moment plaatsvinden, zou het gek zijn om het welkom heten opeens helemaal over te slaan. Juist door je baby welkom te heten, geef je betekenis aan zijn/haar bestaan, geef je aandacht aan de geboorte, de bevalling en de tijd dat je baby bij is geweest in de buik en aan alle verwachtingen die jullie samen hadden.

Je kunt op verschillende manieren uiting geven aan het welkom heten van je baby ook als je baby is overleden.
Met woorden:

  • Een geboortekaartje sturen.
  • De baby hardop welkom heten, bijvoorbeeld: “Welkom op de wereld, lieve …”.
  • Een bericht of aankondiging delen met familie en vrienden

Met rituelen of symboliek:

  • Het eerste moment samen: huid-op-huid contact, je baby vasthouden en toespreken.
  • Een naamceremonie, doop of welkomstritueel.
  • Een liedje zingen, een wens uitspreken of een gedicht voorlezen.
  • Een kaars aansteken of een klein symbool (bijvoorbeeld een knuffel of sieraad) geven.

Met gebaren:

  • Je baby liefdevol verzorgen en vasthouden.
  • De kamer of wieg klaarmaken.
  • Foto’s maken/ fotoboek of een herinneringsboek maken

Want hoe extreem verdrietig deze situatie ook is, je baby is er en zal altijd bij je horen.

Hoe ziet mijn overleden baby eruit?

Als je baby is geboren, wil je hem natuurlijk graag ontmoeten:

  • Hij kan direct na de bevalling op je borst gelegd worden.
  • Je kunt hier ook even mee wachten en vragen aan mensen die bij de bevalling zijn om hem eerst te beschrijven.

Het is belangrijk dat je hier goed over nadenkt want dit moment komt nooit meer terug. De meeste moeders vinden het heel prettig om hun warme baby direct dicht tegen zich aan te hebben. Je baby zal namelijk snel daarna afkoelen en zo warm als direct na de geboorte wordt hij niet meer.

De kleur van je baby zal in de meeste gevallen veel donkerder zijn dan van een voldragen baby. Doordat de huid nog zo dun is, kijk je er eigenlijk nog doorheen en zie je soms alle adertjes lopen. De watermethode is een heel mooie manier om ervoor te zorgen dat je baby weer lichter gaat kleuren.  

Het kan zijn dat je baby tijdens de bevalling is overleden maar het kan ook dat hij nog leeft. Je kunt dan zijn armpjes en beentjes zien bewegen en zijn mondje zal steeds open en dicht gaan. Dat noemen ze “gaspen”. Je baby is te klein om echt adem te kunnen halen. Aan het kloppen van de navelstreng kunnen ze zien en voelen of je baby nog leeft. Als het kloppen van de navelstreng is gestopt, is je baby overleden. Dat gaat altijd heel rustig.

Omdat het huidje van een te vroeg geboren baby’tje zo kwetsbaar is, is het beter om je baby niet meteen aan te kleden of in bad te doen. Het warme water wast de beschermlaag weg en kleertjes kunnen aan zijn huidje plakken waardoor je ze later niet meer los krijgt. Wij adviseren dan ook om je baby in eerste instantie te wikkelen in de achterkant van een celstofmat. Deze plastic kant zal je baby beschermen. In de dagen tot aan de uitvaart kun je dan kijken hoe het gaat en je baby alsnog aankleden of inwikkelen. Als je hebt gekozen voor de watermethode zou je op de dag van de uitvaart hem nog in bad kunnen doen. Je kunt dan het koude water vervangen door warmer water met badolie.

Je baby mee naar huis

Veel ouders kiezen ervoor om de baby mee naar huis te nemen. Zo heb je alle tijd om je baby goed te bekijken en te “leren kennen” en herinneringen te maken (zie hulpkaart herinneringen maken en dagen tot de uitvaart)

Als je je baby mee naar huis neemt, is het belangrijk dat je baby wel koel gehouden wordt. Dat kan op verschillende manieren:

  1. Watermethode
  2. Babykoeling
  3. Koelelementen of ijszakken
  4. Uitwendige balseming

Lees alles over de opbaarmethodes bij dagen tot de uitvaart.

Onderzoek naar de oorzaak van het overlijden?

Soms is de oorzaak van het overlijden je baby meteen duidelijk omdat er bijvoorbeeld een infectie is geconstateerd of omdat de placenta heeft losgelaten. Dat zijn dingen die aan de buitenkant te zien zijn. Als de oorzaak niet meteen bekend is, kun je je baby verder laten onderzoeken. Lees hier verder over de verschillende manieren van onderzoek.

Module: bevallen bij stilgeboorte en zwangerschapsafbreking

Gina Spierenburg ontwikkelde deze module: bevallen bij stilgeboorte en zwangerschapsafbreking. In 6 heldere video’s vertelt Gina over wat je kunt verwachten en ze geeft tips.

Hoe intens verdrietig wij ook waren, we hebben de geboorte ook als iets heel moois ervaren. We waren trots op hem, op hoe mooi hij was en hoe hij zo op ons leek. Het was de geboorte van onze zoon! Die uit liefde is ontstaan en waar we ook alleen maar liefde voor voelden en nog steeds en voor altijd…alleen maar liefde. ~ Jolien, moeder van Ciske* en Teddy
Ik weet nog heel goed dat mijn vriendin Sabine het volgende zei: “Ik geef Rubin* aan je terug want hij begint koud te worden en voordat hij echt helemaal koud is wil ik dat je hem nog even vast hebt gehad." Als ik daaraan terugdenk dan schiet ik meteen vol, en ik ben Sabine ook zo dankbaar dat ze daarbij stilstond. En daarom is het zo belangrijk om na de bevalling, als je kindje nog warm is, het bij je te houden. ~ Mary-Ann, de moeder van Rubin* en Milo